Enkele blogtitel

Dit is een enkel blogonderschrift

Verplichting van clubs om een ​​wedstrijdbeveiligingsplan op te stellen

Verplichting van clubs om een ​​wedstrijdbeveiligingsplan op te stellen

Wat is de verplichting van clubs om een ​​veiligheidsplan voor wedstrijden op te stellen? Deze uitgebreide juridische analyse onderzoekt de inhoud, de goedkeuringsprocedure, de verantwoordelijkheden van clubs, oefeningen, particuliere beveiliging, evacuatieprocedures en sancties met betrekking tot veiligheidsplannen voor sportlocaties onder Wet nr. 6222, de uitvoeringsvoorschriften daarvan en de huidige veiligheidsrichtlijnen van de Turkse voetbalbond (TFF).

 

Ingang

In de Turkse sportwetgeving is de verplichting om een ​​veiligheidsplan voor wedstrijden op te stellen niet langer een secundaire of bijkomende organisatorische taak voor clubs. Wet nr. 6222 betreffende de preventie van geweld en wanorde in de sport legt gastclubs de verplichting op om gezondheids- en veiligheidsmaatregelen te treffen in sportaccommodaties, aparte vakken in te richten voor supporters van de bezoekende ploeg en zich te houden aan beslissingen van provinciale of districtscommissies voor sportveiligheid. Deze algemene verplichtingen zijn in de uitvoeringsregeling omgezet in een concreet en schriftelijk veiligheidskader, het zogenaamde "veiligheidsplan voor sportaccommodaties". Met andere woorden, de club is niet langer verplicht om op abstracte wijze voor de veiligheid te zorgen, maar moet dit implementeren aan de hand van een vooraf opgesteld, institutioneel en controleerbaar plan. (LEXPERA)

Het veiligheidsplan is daarom niet zomaar een lijstje met een paar maatregelen die op de wedstrijddag moeten worden genomen. De regelgeving definieert het veiligheidsplan voor sportlocaties als een plan dat door de club wordt opgesteld, specifiek voor elke sportlocatie, in overleg met relevante overheidsinstanties en organisaties, conform de criteria van de betreffende federatie en de sportveiligheidsdienst, en dat pas in werking treedt na goedkeuring door de sportveiligheidsraad. Deze definitie alleen al onthult drie fundamentele conclusies: het plan wordt opgesteld door de club, het is specifiek voor elke sportlocatie en het treedt pas in werking na goedkeuring door de veiligheidsraad. Met andere woorden, het is geen interne procedure, maar een wettelijk verplicht veiligheidsdocument dat onderworpen is aan externe controle.

De huidige voetbalreglementen maken deze verplichting ook duidelijker. Volgens de Süper Lig-statuten 2025-2026 zijn thuisclubs verplicht om alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de veiligheid en beveiliging te waarborgen vóór, tijdens en na wedstrijden, zowel in als rondom het stadion, in overleg met de relevante overheidsinstanties en -organisaties; om voldoende particuliere beveiligingsmedewerkers in en rondom het stadion in te zetten; en om de behoeften die tijdens de veiligheidsvergadering zijn vastgesteld, te implementeren. Wanneer deze normen gezamenlijk worden beschouwd, is het duidelijk dat het opstellen van een wedstrijdbeveiligingsplan geen optie is, maar een primaire wettelijke verplichting voor de club.

Wat is een veiligheidsplan voor een sportveld?

Volgens de definitie in de uitvoeringsvoorschriften is een veiligheidsplan voor een sportlocatie een plan dat door de club is opgesteld in overeenstemming met de criteria van de betreffende federatie en de sportveiligheidsdienst, in overleg met overheidsinstanties, en dat na goedkeuring door de sportveiligheidsraad wordt uitgevoerd. Deze definitie laat zien dat het plan niet slechts interne clubcorrespondentie of operationele notities betreft; het is een juridisch bindend document dat onderworpen is aan specifieke inhoudelijke, coördinatie- en goedkeuringsvereisten. Omdat expliciet wordt benadrukt dat het plan "specifiek voor elke sportlocatie" moet worden opgesteld, kunnen uniforme en gekopieerde veiligheidsteksten niet als juridisch voldoende worden beschouwd. Het plan moet worden opgesteld op basis van de fysieke structuur van het stadion, de capaciteit van de toeschouwers, de in- en uitgangsprocedures, de tribune voor uitsupporters, de nooduitgangen en het risicoprofiel.

Het beveiligingsplan is daarom geen eenvoudig sjabloon dat uniform kan worden gebruikt voor alle stadions of hallen van een club, maar een levend beveiligingsdocument dat een afzonderlijke risicobeoordeling voor elke locatie biedt. De toevoeging van de zinsnede "specifiek voor elke sportlocatie" in de definitie is daarom van groot belang. Het doel van de wetgeving is immers niet om een ​​plan op papier te hebben, maar om een ​​daadwerkelijk toepasbaar en meetbaar beveiligingssysteem in die sportlocatie te realiseren. Dit vereist dat het plan op technisch, organisatorisch en juridisch vlak is afgestemd op de betreffende locatie.

Waarom ligt de verantwoordelijkheid voor het opstellen van het plan direct bij de club?

Het antwoord op deze vraag is duidelijk te vinden in zowel Wet nr. 6222 als de bijbehorende regelgeving. Artikel 5 van de wet verplicht de organiserende sportclubs om gezondheids- en veiligheidsmaatregelen te treffen, terwijl de regelgeving expliciet stelt dat het veiligheidsplan voor het sportterrein door de club moet worden opgesteld. Verder is bepaald dat de sportveiligheidscommissie het plan moet beoordelen en goedkeuren. Dit plan beschrijft de veiligheidsstrategie op basis van de risico's in het sportterrein, de locatie en het aantal camera's, het evacuatiesysteem, de verzamelplaatsen, de locatie van brandblusapparatuur en -melders, de functieomschrijvingen van iedereen die dienst heeft in geval van nood, de noodcommunicatiestrategie en de routes voor voertuigen. Zoals hieruit duidelijk blijkt, is de club degene die het plan opstelt en vastlegt, terwijl de veiligheidscommissie, die over publieke bevoegdheden beschikt, toezicht houdt op de uitvoering ervan en het goedkeurt. (LEXPERA)

De verplichting van de club vloeit niet alleen voort uit het organiseren van voetbalwedstrijden. De wet erkent de club als de organisatorische entiteit die verantwoordelijk is voor het veilige verloop van de wedstrijd. De club kan de verantwoordelijkheid voor de planning dus niet zomaar afschuiven door te zeggen: "Beveiliging is de taak van de politie." Integendeel, de overheid beoordeelt het door de club opgestelde plan, corrigeert het indien nodig of wijst het af. Deze structuur laat zien dat beveiliging geen model is dat van buitenaf door de staat wordt opgelegd, maar een systeem dat gezamenlijk door de club en de veiligheidsdiensten wordt opgezet, hoewel de primaire verantwoordelijkheid bij de club ligt. Deze uiteindelijke beoordeling is een natuurlijk gevolg van de rolverdeling in de wet- en regelgeving. (LEXPERA)

Wat moet een beveiligingsplan omvatten?

De taken die de provinciale en districtscommissies voor sportveiligheid in de regelgeving opleggen, geven effectief de minimale inhoud van het plan weer. Het plan moet daarom het volgende omvatten: een veiligheidsstrategie gebaseerd op risico's; de locatie en het aantal camera's en soortgelijke technische apparatuur; een evacuatiesysteem voor toeschouwers; evacuatieroutes vanaf de tribunes; verzamelplaatsen voor toeschouwers in geval van nood; de locatie van brandblusapparatuur en brandmelders; functiebeschrijvingen voor al het personeel dat verantwoordelijk is voor elk geïdentificeerd risico tijdens de wedstrijd; een noodcommunicatiestrategie; routes voor hulpdiensten; en de vereiste training voor personeel dat betrokken is bij noodsituaties. Het is tevens verplicht dat de veiligheidscommissie dit plan beoordeelt en goedkeurt.

Deze inhoudsopgave laat duidelijk zien dat het beveiligingsplan niet zomaar een kort document is dat de vraag beantwoordt: "Hoeveel beveiligingspersoneel zal er zijn?" Het plan is een uitgebreid beveiligingsdocument dat tegelijkertijd een fysieke risicoanalyse, een plattegrond van de technische infrastructuur, personeelsplanning, een crisiscommunicatieplan, een evacuatiescenario en een trainingsprogramma omvat. Met andere woorden, een goed voorbereid evenementenbeveiligingsplan is de basis voor de beveiliging van het stadion of de arena. Deze beoordeling is gebaseerd op een holistische interpretatie van elk afzonderlijk onderdeel dat in de regelgeving wordt genoemd.

Het is van bijzonder belang dat de noodcommunicatiestrategie en de taakomschrijvingen duidelijk in het plan zijn opgenomen. Dit komt omdat, vanuit het oogpunt van sportrecht, veiligheidsrisico's vaak niet voortkomen uit een gebrek aan voorzorgsmaatregelen, maar uit een onduidelijke omschrijving van wie wat wanneer moet doen. In geval van brand, paniek, het gooien van voorwerpen op het veld, spanningen tussen de tribunes, de noodzaak tot evacuatie of de noodzaak tot medische interventie, is de gecoördineerde actie van de wedstrijdbeveiligingsfunctionaris, de beveiligingsmanager van de club, het particuliere beveiligingspersoneel, de medische staf, de brandweer en de accreditatiemedewerkers alleen mogelijk met een vooraf opgesteld en uitgevoerd plan. Deze laatste zin is gebaseerd op de gecombineerde interpretatie van taakomschrijvingen en coördinatiebepalingen in de reglementen.

Hoe wordt het beveiligingsplan goedgekeurd?

Zowel de voorbereiding als de goedkeuring van het plan zijn juridisch cruciaal. De regelgeving stelt expliciet dat het veiligheidsplan voor sportterreinen pas mag worden uitgevoerd nadat het is goedgekeurd door de sportveiligheidsraad. Tot de taken van de raad behoren onder meer het beoordelen en goedkeuren van het plan, het waarborgen dat oefeningen worden uitgevoerd in overeenstemming met de in het plan beschreven taken en het controleren of er gekwalificeerd personeel bij betrokken is. Goedkeuring is daarom niet slechts een formaliteit; het is ook een proces waarbij de haalbaarheid van het plan en de competentie van het personeel worden getoetst.

Hetzelfde comité inspecteert sportaccommodaties op het gebied van brandveiligheid, eerste hulp, structurele integriteit, evacuatiezones en noodverlichting. Deze inspecties vinden plaats aan het begin van het seizoen voor professioneel voetbal en bepaalde wedstrijden in de hoogste divisies, waarna het comité het veiligheidscertificaat van de sportaccommodatie goedkeurt. Indien er gebreken worden geconstateerd, wordt de bond hiervan op de hoogte gesteld en mogen er geen wedstrijden in de sportaccommodatie worden gehouden totdat de gebreken zijn verholpen. Dit versterkt de juridische waarde van het veiligheidsplan, omdat het plan niet slechts een theoretisch document is, maar een van de voorwaarden waaraan een stadion of hal moet voldoen om geschikt te zijn voor wedstrijden.

De verplichting van de club om een ​​beveiligingsplan op te stellen, houdt dus niet op bij de simpele constatering: "Ik heb het opgesteld en ingediend." Het plan moet zodanig worden opgesteld dat het door het bestuur kan worden goedgekeurd, technische en organisatorische tekortkomingen moeten worden aangepakt en het moet voldoen aan de eisen van de beveiligingscertificering. Dit plaatst het beveiligingsplan centraal in de procedures voor het verkrijgen van vergunningen en het voldoen aan de regelgeving in de aanloop naar het seizoen. Deze uiteindelijke beoordeling vloeit voort uit het feit dat de goedkeuring van het beveiligingsplan en het beveiligingscertificeringsmechanisme hand in hand gaan.

Verplichte oefeningen en training

Om een ​​veiligheidsplan juridisch als "opgesteld" te beschouwen, is het louter vastleggen ervan op schrift niet voldoende. Artikel 5 van de regelgeving bepaalt dat het de taak van de sportveiligheidsraad is ervoor te zorgen dat oefeningen worden uitgevoerd in overeenstemming met de in het veiligheidsplan voor het sportterrein gespecificeerde taken en te controleren of er getraind personeel aanwezig is. Bovendien moet het plan de vereiste training omvatten voor personeel dat betrokken zal zijn bij noodsituaties. Deze bepalingen tonen duidelijk aan dat het veiligheidsplan een levend en operationeel document moet zijn.

Het is daarom juridisch gezien niet voldoende dat de club het plan simpelweg in de kast laat liggen. Door middel van oefeningen moet worden aangetoond of het personeel daadwerkelijk getraind is, of de taakverdeling bekend is, of de evacuatieroute haalbaar is, of de noodcommunicatieketen functioneert en of er coördinatie is tussen particuliere beveiliging en medisch en brandweerpersoneel. Anders zal het plan, zelfs als het op papier bestaat, niet effectief functioneren als veiligheidsplan. Deze uiteindelijke beoordeling is een logisch gevolg van de noodzaak tot oefeningen en training.

Aanvullende verplichtingen voor voetbalclubs

In de voetbalwereld zijn de verplichtingen van clubs nog concreter. Volgens de statuten van de Süper Lig 2025-2026 zijn thuisclubs verplicht alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de veiligheid en beveiliging te waarborgen vóór, tijdens en na wedstrijden, zowel binnen als rondom het stadion, in samenwerking met relevante overheidsinstanties en organisaties. Dezelfde statuten schrijven voor dat clubs voldoende particuliere beveiligingsmedewerkers binnen en rondom het stadion moeten inzetten gedurende de vastgestelde uren, twee veiligheidsbarrières buiten het stadion moeten plaatsen, fouilleringen moeten uitvoeren, elektronische tickets en spandoeken bij deze barrières moeten controleren, de locaties van de beveiligingsmedewerkers vooraf moeten bepalen en een plattegrond van het stadion moeten indienen bij de Turkse voetbalbond (TFF).

Deze bepalingen geven aan dat het veiligheidsplan voor voetbalclubs gedetailleerder en technischer moet worden opgesteld. Het plan moet namelijk niet alleen algemene evacuatie- en risicobeoordelingen omvatten, maar ook de logica van barrières, de blokstructuur, accreditatiezones, de zitplaatsen van de bezoekende ploeg, de positionering van het beveiligingspersoneel en volledig voldoen aan het schema dat is ingediend bij de Turkse voetbalbond (TFF). Vooral voor professionele voetbalclubs is het veiligheidsplan voor wedstrijden dus onderworpen aan een dubbele controle, zowel onder de 6222-regeling als onder de statuten van de bond.

Bovendien omvat de richtlijn van de TFF (Turkse voetbalbond) betreffende stadions en veiligheid alle voetbalstadions in de Turkse competities en de clubs die deze stadions gebruiken. Deze richtlijn schrijft voor dat de stadions moeten worden geïnspecteerd op naleving van veiligheids- en comfortcriteria, en dat er, indien hieraan wordt voldaan, een veiligheids- en comfortcertificaat moet worden afgegeven. Dit toont aan dat de verplichting om een ​​veiligheidsplan op te stellen voor voetbalclubs niet slechts een kwestie van algemene wetgeving is, maar ook wordt gecontroleerd binnen de eigen stadionveiligheidsstructuur van de bond. (TFF)

Beveiligingsplan en de relatie tussen de beveiligingsfunctionaris van de club en het particuliere beveiligingspersoneel

De reglementen definiëren de clubbeveiligingsfunctionaris als een functionaris die verantwoordelijk is voor de interne beveiliging van het sportterrein, te beginnen bij de eerste beveiligingsperimeter die is vastgesteld in overeenstemming met de relevante instructies van de federatie, en die een opleiding heeft gevolgd volgens de criteria die door de federaties zijn vastgesteld. Particuliere beveiligingsmedewerkers worden in de reglementen eveneens gedefinieerd als personen die verantwoordelijk zijn voor de interne beveiliging van het sportterrein, te beginnen bij de eerste beveiligingsperimeter. Deze twee definities laten zien wie de belangrijkste uitvoerders van het beveiligingsplan op het veld zijn. Met andere woorden, de uitvoering van het plan is in wezen afhankelijk van de functieomschrijvingen van de clubbeveiligingsfunctionaris en de particuliere beveiligingsmedewerkers.

De statuten van de Super League verplichten clubs ook om een ​​minimum aantal particuliere beveiligingsmedewerkers in te zetten om de veiligheid te waarborgen en de werking van het accreditatiesysteem te faciliteren. Beveiligingsbarrières, toegangscontrole, fouilleren en de inzet van beveiligingspersoneel in het stadion zijn essentiële onderdelen van het plan. Daarom kunnen het beveiligingsplan en de personeelsplanning niet los van elkaar worden gezien. Een beveiligingsplan van een club met onvoldoende personeel of een onjuiste personeelsbezetting loopt het risico juridisch onvolledig en praktisch ineffectief te worden geacht. Deze laatste beoordeling vloeit voort uit een gecombineerde interpretatie van de reglementen en de bepalingen van de statuten van de Super League.

Waarom spelen verplaatsing, evacuatie en noodscenario's een centrale rol in het plan?

Artikel 5 van de wet verplicht de thuisclub om aparte vakken te reserveren voor supporters van de bezoekende ploeg en maatregelen te nemen om contact tussen fans te voorkomen. De regelgeving schrijft bovendien voor dat het plan een evacuatiesysteem voor supporters, evacuatieroutes vanaf de tribunes en noodverzamelplaatsen moet omvatten. Wanneer deze twee bepalingen samen worden bekeken, wordt duidelijk dat het veiligheidsplan niet alleen gericht is op "het handhaven van de orde", maar ook op het scheiden van de stroom supporters, het voorkomen van risicovol contact en het voorbereiden op snelle evacuatiescenario's in geval van een crisis. (LEXPERA)

Vooral bij wedstrijden met een hoog risico behoren de toegang van de supporters van de bezoekende ploeg tot het stadion, hun zitplaatsen, de uitgang en, indien nodig, hun evacuatie op verschillende tijdstippen tot de meest cruciale onderdelen van het veiligheidsplan. De regelgeving bepaalt ook dat er op verschillende tijdstippen na de wedstrijd beslissingen kunnen worden genomen over de evacuatie van de supporters. Dit toont aan dat het plan niet slechts een statische schets is, maar ook een plan voor de planning en het beheer van de tijd. Deze laatste zin is een conclusie die is getrokken uit de gezamenlijke beoordeling van de bevoegdheden van de evacuatiecommissie en de sportveiligheidscommissie zoals vastgelegd in de regelgeving.

Wat gebeurt er als een plan niet goed is opgesteld of niet correct wordt uitgevoerd?

Het antwoord op deze vraag ligt zowel op organisatorisch als op handhavingsniveau. Ten eerste, als er tijdens de inspecties van de veiligheidscommissie tekortkomingen worden geconstateerd, wordt de bond hiervan op de hoogte gesteld en mogen er geen wedstrijden plaatsvinden in de sportarena totdat de tekortkomingen zijn verholpen. Dit toont aan dat de verplichting om een ​​veiligheidsplan op te stellen en uit te voeren direct van invloed is op de praktische haalbaarheid van wedstrijden. Met andere woorden, een veiligheidsplan is niet slechts een theoretische verplichting; het is een operationele voorwaarde die het recht om deel te nemen aan wedstrijden kan beïnvloeden.

Ten tweede worden tekortkomingen in sportfaciliteiten en niet-nagekomen verplichtingen door clubs vastgelegd in het veiligheidsrapport van de competitie en doorgestuurd naar de sportveiligheidsdienst. De regelgeving bepaalt tevens dat er aanvragen zullen worden ingediend om administratieve sancties op te leggen aan sportclubs die niet het door de sportveiligheidsraden vastgestelde aantal particuliere beveiligingsmedewerkers in dienst hebben. Artikel 21 van Wet nr. 6222 voorziet ook in administratieve boetes voor clubs in geval van schending van bepaalde veiligheidsverplichtingen. Een gebrek aan planning, onvoldoende personeel of zwakke punten in de uitvoering kunnen dus direct leiden tot een risico op financiële sancties.

De derde en ernstiger consequentie doet zich voor in de tuchtrechtelijke zin. Het ontbreken van of het niet uitvoeren van een veiligheidsplan maakt vaak de weg vrij voor andere overtredingen, zoals incidenten op het veld, ongeoorloofde toegang voor toeschouwers, veiligheidsgebreken in het uitvak, het niet kunnen voorkomen van aanstootgevende spreekkoren of onvoldoende particuliere beveiliging. In dit geval kan de club ook te maken krijgen met sancties binnen het tuchtreglement van de TFF, zoals boetes, sluiting van tribunes/vakken, spelen achter gesloten deuren of sluiting van het stadion. Deze laatste beoordeling vloeit voort uit het algemene juridische kader waarin Wet 6222 en het tuchtreglement van de TFF samenwerken.

Juridische beoordeling

In de Turkse sportwetgeving vervult de verplichting voor clubs om een ​​wedstrijdbeveiligingsplan op te stellen een drievoudige functie. Ten eerste is het een preventieve beveiligingsfunctie; het zorgt ervoor dat risico's worden beheerst voordat ze zich voordoen. Ten tweede is het een organisatorische en coördinerende functie; het definieert de verantwoordelijkheidsgrenzen tussen de club, de politie, particuliere beveiliging, de gezondheidszorg en de brandweer. Ten derde is het een functie van bewijs en verantwoording; in geval van een incident kunnen de maatregelen die de club van tevoren heeft gepland en uitgevoerd, worden getoetst aan de hand van dit document. Het beveiligingsplan is dus niet alleen een instrument om de veiligheid te waarborgen, maar ook een fundamenteel referentiedocument waarmee de club haar zorgvuldigheid kan aantonen in potentiële aansprakelijkheidszaken. Deze laatste zin is een natuurlijk gevolg van de normatieve structuur.

Het is ook belangrijk te benadrukken dat het veiligheidsplan geen document is dat "eenmalig wordt opgesteld en vervolgens vergeten". Naarmate het risicoprofiel verandert, de fysieke structuur van het stadion wordt gemoderniseerd, de reglementen van de bond worden vernieuwd en de veiligheidscommissie nieuwe beslissingen neemt, moet het plan ook worden herzien. De eis in de reglementen dat het plan specifiek moet zijn voor elke sportaccommodatie en moet worden goedgekeurd door de commissie, ondersteunt een dynamische in plaats van statische benadering van de documentatie. Deze beoordeling is niet langer opgenomen in de definitie van het plan in de reglementen en de toezichthoudende taken van de commissie.

Conclusie

De verplichting voor clubs om een ​​veiligheidsplan voor wedstrijden op te stellen is een duidelijke, bindende en veelzijdige verplichting volgens de Turkse wetgeving. Wet nr. 6222 heeft clubs aangewezen als de organisatorische entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid; de uitvoeringsregeling definieert het veiligheidsplan voor sportlocaties als een verplicht document dat door de club moet worden opgesteld, specifiek voor elke locatie, en goedgekeurd door de sportveiligheidsraad. Dit plan moet een risicostrategie, cameraplaatsing, evacuatiesysteem, verzamelplaatsen, brand- en gezondheidsmaatregelen, functiebeschrijvingen, noodcommunicatie en personeelstraining omvatten. Bovendien is het verplicht om oefeningen uit te voeren en te controleren of getraind personeel aanwezig is.

Voor voetbalclubs is deze verplichting nog strenger. De statuten van de Süper Lig vereisen dat clubs samenwerken met overheidsinstanties om de veiligheid te waarborgen, particulier beveiligingspersoneel in te huren, twee veiligheidsbarrières te plaatsen en een stadionplattegrond in te dienen bij de TFF (Turkse voetbalbond). De Stadion- en Veiligheidscommissie van de TFF houdt bovendien afzonderlijk toezicht op de veiligheidsgeschiktheid van stadions. Een veiligheidsplan voor wedstrijden is daarom niet alleen een bureaucratische verplichting voor de club; het is een fundamenteel document voor het recht van de club om wedstrijden te organiseren, voor het beheersen van disciplinaire risico's en voor het verdedigen van haar wettelijke verplichtingen. De duidelijke boodschap van de Turkse sportwetgeving is: een club zonder veiligheidsplan, of een club waarvan het plan alleen op papier bestaat, kan niet worden beschouwd als een moderne sportorganisatie die aan haar verplichtingen heeft voldaan. (TFF)

Reactie plaatsen

Bel nu-knop